Het is nog twee weken tot het Nieuw Organiseren Event. Mailtjes over zaalopstellingen en beamers. Mooie berichten over stijgende bezoekersaantallen en steeds meer tipjes van de sluier door artikelen en blogs.
Ik word er blij van. En onrustig.

Want hoewel ik mijn verhaal over Nieuw Organiseren als Hype al lang voor de zomervakantie had geschreven, is er juist door die zomervakantie en het voortschrijden van de tijd natuurlijk weer van alles in mijn hoofd en hart veranderd. Dat je dan een plan hebt gemaakt. En een idee. En een beschrijving voor op de site.

In deze denkworkshop onthul je de onderliggende waarden en betekenis van Nieuw Organiseren. Je eigen Why o Why. Omdat Nieuw Organiseren behalve snel, goed en praktisch ook gaat over slow, mooi en betekenisvol. Zonder dat het al te zweverig wordt. Al is loskomen van de grond ook een heel praktische manier om de zaak weer scherp te krijgen.

Het begint te schuren. En te schuiven. RealitTijd schrijf ik vaak. Is heel iets anders dan de realiteit van gister, vandaag en morgen. Het lijkt net echt Nieuw Organiseren. Sensibel organiseren noemde ik in mijn vorige blog. En ik blijf maar staren naar de tekst van toen.

De rationaliteit van organisaties is zo gefocust op strategisch denken dat ze weinig oog heeft voor wat buiten het gemanagede gebeurt. Dat wordt uitgesloten uit de taal van het management. Dit discours beschouwt wat niet onder haar valt als irrationeel en chaotisch. Het is deze vermeende chaos en ongeregeldheid van dat wat buiten het gemanagede valt, die esthetisch benaderd kan worden aan de hand van metaforen, beeldspraken en verhalen. Deze esthetische benadering kan zorgen voor verandering in de rationaliteit.

Drie kwartier heb ik. Om samen een verandering in de rationaliteit van het Nieuw Organiseren te laten gebeuren. Om met elkaar oog te krijgen voor dat wat buiten het gemanagede en het verwachte gebeurt. Iets dat over schoonheid gaat. En over ander discours. Organisatiekunst galmt de laatste weken ook steeds rond in mijn hoofd. Meer kunst maken in organisaties. Organiseren tot kunst maken. De andere laag aanraken. Je laten raken. Maar HOE dan. HOE doe ik dat en wat?

En dan, zoals het wel vaker gaat, valt het ineens op zijn plek. Omdat het ergens over de liefde ging die week. Ik zoek mijn filmpje van Herman van Veen weer op. En luister naar zijn twee minuten Verbijsterende Liefde.

En dan weet ik het. En hoe ook.

De liefde voor Nieuw Organiseren.

Daar gaat het bij mij over 8 oktober. Eens kijken of er mensen komen die dat willen Bedrijven 😉

Advertenties

Het is half augustus en ik zweef tussen twee werelden. Mijn hart is nog op onze camping, mijn voeten staan eigenlijk nog in de branding en in mijn hoofd ruist die aangename leegheid die vakantie heet. Feitelijke werkelijkheid is dat ik al een halve week weer in Oosterbeek ben. Boodschappen doe en de hond uitlaat. Alex heeft nog twee weken vakantie, waarvan een week ponykamp, in het vooruitzicht en als zij vandaag op de rug van ons buurpaard Sjonnie de straat uitrijdt, buig ik mij over de flyer Kritische Organisatie Filosofie. Want de beste manier om te beginnen met werken is om me te verheugen op een cursus die ik zelf weer wil gaan volgen. De afgelopen weken heb ik alleen damesbladen gelezen. Die van het ergste soort, want ook dat hoort voor mij bij de vakantie. Elk blad had een artikel over Ibiza en dat kwam goed uit, want daar waren wij ook weer. Gelukkig niet het Ibiza dat de artikelen beschreven. Op onze geheime camping geen glitter en glamour, maar een korte broek met slippers en dansen op blote voeten op de klanken van gitaren en trommels.

Als ik het opschrijf, drijf ik er zo weer naar toe. Net als na elke vakantie heb ik een beetje last van een na-de-vakantiedepressie. Ik schreef er al eens eerder over. Ik mis de zee en de mensen en het ritme van de dagen zonder moeten en hoeven. Ik krijg ook altijd een beetje buikpijn als ik denk aan mijn komende agenda. Aan de opdrachten die ik heb uitstaan. De klussen die er weer liggen. Data die ingepland zijn en moeten worden. En hoewel ik me op de mensen verheug die bij al die data horen, op de ontmoetingen en gesprekken die we zullen hebben, voel ik ook altijd die na de vakantie weerstand weer in de gewone dagelijkse gang van zaken te moeten duiken. Het is toch anders dan de eerste duik ’s ochtends als ons strandje nog leeg is en de zee als een spiegel zo glad.

Kritische Organisatie filosofie. Ik kijk er naar uit. En niet alleen omdat er ook weer een masterclass is van Edu Felltman, wiens leergang interventiekunde ik afgelopen jaar mocht genieten. Ik verheug me ook op het eerste college dat gegeven wordt door Ruud Kaulingfreks en als titel Sensibel Organiseren heeft. Sensibel. Organiseren. Organiseren met gevoel, dat roept het begrip bij me op. En ik denk ook direct aan het ritme van de trommels op de camping. Ik lees:

De rationaliteit van organisaties is zo gefocussed op strategisch denken dat ze weinig oog heeft voor wat buiten het gemanagede gebeurt. Dat wordt uitgesloten uit de taal van het management. Dit discours beschouwt wat niet onder haar valt als irrationeel en chaotisch. Het is deze vermeende chaos en ongeregeldheid van dat wat buiten het gemanagede valt, die esthetisch benaderd kan worden aan de hand van metaforen, beeldspraken en verhalen. Deze esthetische benadering kan zorgen voor verandering in de rationaliteit.

Deze zinnen, en met name de laatste, geven me precies dat duwtje om weer oprecht zin te krijgen in wat er gaat komen straks. Zes zinnen die me precies het kader bieden om een heel nieuw werkjaar in te gaan. Exact omschrijven wat ik doe en wil blijven doen in mijn organisatiekunde. Organisatiekunst misschien wel. Zoals de fotograaf van ons Arnhems Onderwijsje fotoproject beschrijft in haar blog. Mooie dingen maken. Professionals laten stralen. Betekenisvolle ontmoeting mee helpen creëren. Verhalen vertellen. Over het niet allemaal in de hand hebben en dat dit juist schoonheid brengt.

Er zijn weer mooie plekken waar ik mijn verhaal mag gaan houden over die esthetische benadering. Over hoe je die mooie complexe zinnen over chaos en discours in de gewone mensenwereld handen en voeten geeft. Blote voeten die kunnen dansen op het ritme van trommels die klinken tot in je hart. Misschien kan het ook na de vakantie. Een ritmisch sensibele organisatie zijn. Lijkt me een mooi streven om mee te beginnen en gewoon verder te gaan waar ik was gebleven.

De afgelopen tijd hou ik me bezig met het vraagstuk van Nut versus Waarde. Zowel in de theorie van werk als in de praktijk van leven. Welk nut hebben de dingen die ik doe en wat is de waarde ervan? Welke waarde hebben de dingen die ik doe en wat is het nut er van. Twee zinnen die op elkaar lijken en anders zijn tegelijk.

‘Hoe kunnen mensen hun waardigheid weer heroveren op de ver doorgeschoten verleidingen van het algehele nuttigheidsstreven in organisaties,’ schrijft Edu Felltman. En op welke manier kan ik als adviseur daar een bijdrage aan leveren?, vraag ik mijzelf af. Een waardige bijdrage. Die het liefst wat mij betreft ook nog nuttig is. Of een nuttige bijdrage die waardig is.

Spelen met taal. Tot dat je er duizelig van wordt. Het is behalve spel ook werkelijkheid.

Perverse systemen

Mensen willen behalve nuttig zijn voor een organisatie toch ook hun eigen waardigheid kunnen blijven behouden. Zelfs, of juist in het nieuwe boek van Joris Luyendijk over de bankiers blijkt deze behoefte er zijn. Op het moment dat mensen zichzelf niet meer in de spiegel aan kunnen kijken, schakelen ze hun gevoel en schaamte uit (als overlevingsmechanisme) . Het boek leidt tot het concept dat niet de mens maar de systemen slecht (pervers) zijn en daardoor leiden tot amoreel gedrag. Als je alle mensen uit de banken morgen vervangt door nieuwe. Dan zullen ook die nieuwe mensen binnen de kortste keren hetzelfde amorele gedrag vertonen. Dit kan niet anders, omdat het systeem de prikkels geeft die dat gedrag belonen. Wanneer we het systeem niet fundamenteel veranderen (kantelen noemen sommige mensen dat) blijft het allemaal meer van hetzelfde. Of het nu over banken of ziekenhuizen of scholen gaat…

Een systeem fundamenteel veranderen is een nogal complexe aangelegenheid. Dat hebben we niet een, twee drie gerealiseerd. Zelfs niet met behulp van een tienstappen-model of MBA in one day-programma. En nee, ook niet in zwerm- en kanteldagen en meet ups en pop ups, festivals en #ikbenereveniethashtag-dingen. Het is vele malen complexer dan dat, kom ik nu achter na jaren rondlopen in advies- en organisatieland. En ja, het is makkelijk praten vanaf te zijlijn.

Bashen

Praten over hoe het systeem veranderd zou moeten, daar is veel over te vinden en te doen. Maar. Ja. Doe het maar eens. Vooral als je gewoon in dat systeem zit. En hoewel wij adviseurs en andere buitenstaanders wel eens van mening zijn dat de mensen in het systeem eigenlijk gewoon van het verkeerde soort zijn (oud denkers, managers, beleidsmakers, starre docenten, kleingeestige directeuren, op macht beluste bestuurders…..) betrap ik mezelf er steeds meer op daar eigenlijk niet meer aan mee te willen doen. Aan dat ‘bashen’ van de ‘gevestigde orde’ en dan zelf heel hip en vernieuwend en beter wetend te zijn van buitenaf. Hoe dan wel precies is ook best ingewikkeld. Want de rol van ‘zij die beter weet van buiten’ gaat me altijd wel goed af. In mijn nieuwe leergang denkadviseren lijk ik wat nieuwe percepties te vinden. En veel schaamte. Dat ook…

Een eerste perceptie is dat de adviesvrager zelf het antwoord heeft, en dat jij (Gij adviseur) slechts instrument bent om mee te zoeken naar dat antwoord. Je kunt helpen ontstroeven en ruimte maken en een ander perspectief aandragen en vervolgens zou het kunnen dat de ander daar iets aan heeft voor zichzelf. Voor zijn organisatie. Dat er iets aan hebben gaat dan weer over zijn nuttigheid en waardigheid. En daar heb jij dan als adviseur weer geen belang bij (best lastig stukje is dit nog trouwens)

Morele agenda

In een gesprek met een lievelingsopdrachtgever (hoe noem je zo iemand eigenlijk en kun je wel ‘lievelings’ hebben?) waar ik eens wat langer dan normaal gesproken mijn mond hield en niet direct begon met mijn opvattingen en denken te ventileren, kwamen we op een gegeven moment op een mooi onderwerp. De morele agenda van je organisatie. En hoe je daar als bestuurder op mag sturen. Hoe deze bestuurder ook de legitimiteit van sturen voelde, als het over die morele agenda ging. Het gaf hem veel ruimte waar hij zich eerder beperkt voelde in zijn sturen op de mensen en de dingen. Waar de morele agenda van het bankwezen misschien nog wat diffuus kan zijn, is de morele agenda van een onderwijsorganisatie best zuiver. Dat je de dingen goed regelt voor (en met) kinderen. En dan kun je het hebben over De Dingen. En over Goed. En over Regelen. En vooral veel over kinderen. Ook dat.

Dat maakte het wel of niet volgen van de regels tot een volgend vraagstuk waar we niet direct een antwoord op hadden. Want als je als bestuurder de regels niet volgt omdat ze niet bijdragen aan de morele agenda c.q. opdracht van je organisatie, ben je dan goed bezig? Of strafbaar? Is dat dan wat je noemt een moreel dilemma? Interessant om die eens te verkennen. Hoe vaak we daar tegenaan lopen. En welke dat dan zijn. Daar waar de regels in strijd zijn met de morele opdracht van de school, het ziekenhuis, de koeienboerderij. En misschien kunnen we die morele dilemma’s dan eens als soort van oefening vanuit heel veel verschillende perspectieven bekijken. Als het over scholen en passend onderwijs gaat, kunnen we dan heel boeiende cases gaan maken misschien. En wat die dilemma’s met mensen doen. Met kinderen. Met professionals. Hoe ze zich gedragen op het moment dat zich zo’n dilemma voordoet. Zet je dan je overlevingsmechanisme aan? Of ga je de revolutie in? Of moet je dan voorkomen voor toetsfraude? Of…….

Schaamte

Ooit leerde ik in de Rijnland week dat zij die de regels volgen niks fout doen, maar de vraag is of ze goed doen. Het antwoord wat wel te doen. Was er niet trouwens.

Om onszelf staande te houden in de perverse systemen (die wij overigens als mensen zelf gebouwd en ontwikkeld hebben, mensen zoals jij en ik) is het zicht hebben en houden van een morele opdracht en daarbij behorende agenda om te beginnen alvast een prettig houvast misschien. En als we in staat zijn om als adviseur mensen zichzelf te laten brengen naar die morele opdracht. Die ze zelf als professionals gewoon bij zich dragen, maar die wat bedolven is onder ruis van opbrengst en sturen en target en toets en wat zo meer. Dat we kijken of er door ruimte te maken weer ruimte komt voor de oorspronkelijkheid van je vak. Of dat nou onderwijs of zorg of bankieren is. En dat je als professional de balans kunt vinden tussen die waardigheid als mens en het mogelijk economisch nut van de organisatie. Dat we kijken welke ruimte daar te maken is die er eerder nog niet leek te zijn. En dat we met elkaar ook mogen zeggen dat dit een complexe aangelegenheid is. Hoe eenvoudig het ook mag lijken soms. Zeker als je aan de zijkant van die organisatie staat.

Vandaag is het 4 mei. Op televisie glijden beelden voorbij die gaan over regels volgen. Over nuttigheid en waardigheid van het ergste soort. Morgen is het 5 mei, dan vieren we met elkaar onze vrijheid. Schaduw en Licht. Het is er allebei en de kunst met elkaar steeds de ‘goede’ weg te blijven kiezen. Binnen en buiten de organisatie zicht te hebben en houden op menselijke waardigheid binnen al dat verleidelijke nut. En je eigen morele agenda daarbij in ogenschouw te nemen. Ook of juist op die momenten dat je zelf voor ingewikkelde dilemma’s staat, weten wat jouw eigen verleidingen zijn en hoe je hier weerstand aan probeert te bieden. Waardige weerstand. Net zoals elk ander mens. En dat het ook misgaat dus. Regelmatig. Net als bij andere mensen. In organisaties. Of waar dan ook. Dat je je nog kunt schamen. Gelukkig maar. Want zonder schaamte. Geen beroepstrots. En als we de schaamte voorbij zijn. Dan komt het einde pas echt in zicht.

Organisatie advies. Het blijft een mooi vak.

Nu een weekje naar zee, strand en zon. Ook mooi. Griekenland. Toevallig. Daar kun je dan ook weer een hele nieuwe column over schrijven.

Maar nu even niet…

Het ging best heel lekker de laatste tijd. Goed in energie en balans. Fijne mensen en leuke dingen doen. Mooie opdrachten. Nieuw Organiseren op allerlei plekken. Het kon niet op.

Alleen zag ik die longontsteking even niet opkomen. Ja wel een klein griepje waar ik dacht al bijna vanaf te zijn. Totdat ik toch maar even naar de huisarts ging, op advies van mijn vader. Soms moet je gewoon toch naar je ouders luisteren. Zelfs al ben je veertig plus. Longontsteking dus. Een dubbele nog wel. Ook dat nog. Natuurlijk. Doe mij maar een dubbele.

Geen lucht

Dag fijne mensen en leuke dingen. Hallo koorts en geen lucht en liggen en niks kunnen. Na drie antibioticakuren en bijna een maand(!) thuis begin ik langzaam te herstellen. Heel langzaam. Dat schijnt ook bij longontsteking te horen. Dat het herstel erg langzaam gaat. Het is geen ziekte voor mensen met weinig geduld zeg maar. Of juist wel…

Een van de leuke dingen die ik misliep was een lezing die ik zou mogen houden over Nieuw Leiderschap. Voor honderd schoolleiders. Ander onderwijs. Anders Organiseren en dan mijn verhaal over welk soort leiderschap daar bij hoort. Juist in de maand dat Tegenlicht onze Nieuw Organiseren-aflevering over het einde van de manager uitzond. Maar goed. Die lezing ging dus niet door. Leiderschap geveld door longontsteking. Jammer. Maar dat is het woord niet.

Ik hou namelijk best wel van leidinggevenden. En ik geloof niet in het einde van de manager. Immers duidelijk is in alle Tegenlicht-afleveringen dat het de leidinggevenden zijn die leiding gevend waren en zijn in de verandering. Jos de Blok, bij Buurtzorg, Remmelt Schuring van Schoongewoon, Ricardo Semler van Semco. Het zijn niet de werknemers die bedenken dat het anders moet, het zijn de leidinggevenden die de impuls geven en nieuwe ruimte maken voor de vakmensen. Dat is juist zo fijn aan leidinggevenden. Die kunnen af en toe door een raam naar buiten staren en dan dingen bedenken waar vakmensen soms geen tijd voor hebben omdat ze druk zijn met lesgeven, zorg verlenen, schoonmaken, huizen bouwen en ga zo maar door.

Verlangen

Leidinggeven gaat volgens mij vooral over verlangen. Het verlangen om iets te willen. Of niet meer te willen. Het verlangen naar anders, naar beter, naar mooier, fijner, leuker, zinniger, betekenisvoller. Als voorbeeld van inspirerend leiderschap noem ik vaak Hans de Becker van Humanitas. Hij creëerde een omslag in de Rotterdamse verzorgingstehuizen door te verlangen naar Geluk. Wij verkopen geen gezondheid, wij verkopen geluk, is zijn motto. Gelukkige oude mensen leven langer, dus we moeten zoeken naar wat mensen gelukkig maakt. Invulling geven aan waar zij naar verlangen. En dat gaan we dan gewoon doen.

Dat Gewoon Doen is iets wat moed vraagt. Moedige leidinggevenden doen het gewoon. En dan gaat het hier wat mij betreft over de moed om steeds onverschrokken naïef te blijven. Te blijven geloven in wat er volgens jou anders moet en kan en zal gebeuren. Hoe idioot de rest van de wereld je ook vindt. Hoe tegenstrijdig het klinkt en is met de gangbare opvattingen en normen. Het kost behoorlijk wat moed zeg maar om geen excellente high performance school te willen zijn. ‘Nee, dank je wel, ik wil liever niet zo’n excellent bordje op mijn deur. Dat gaat namelijk ten koste van mijn onderwijs.’ Er zijn niet zoveel schoolleiders die deze zin uitspreken. De grootste groep zit toch weer op de congresstoel te leren wat High Performance Onderwijs is en wat je daar als leidinggevende allemaal heel excellent voor moet kunnen. Het liefst lekker Lean natuurlijk 😉

Democraties scholen

Nee doen mij maar dan maar leidinggevenden die Verlangen met een hoofdletter. In het onderwijs zie je de laatste jaren een toename van democratische scholen, scholen voor natuurlijk leren. Nog maar zes jaar geleden waren ouders en leerkrachten van dat soort scholen gekkies in paarse jurken die vooral macrobiotisch aten, dacht men. Vanuit andere scholen werd er schamper over gedaan. We deden toen al pogingen om dit soort onderwijsconcepten als broedplaats voor nieuw leren te betitelen en schoolbesturen aan te raden deze scholen meer dan serieus te nemen. Het onderwijs denkconstruct ‘ben je gek of zo, je denkt toch niet dat kinderen uit zich zelf leren, doe toch niet zo naïef’ was toen echter nog erg hardnekkig. De leidinggevenden van democratische scholen werkten zich glimlachend door de vragen heen, hielden vol, openden nieuwe locaties, bedachten eigen toetsingssystemen en gingen door. Moed en verlangen.

Nu vijf jaar later staan deze scholen op verschillende podia als voorbeelden van nieuw leren en stijgen de leerlingaantallen elk jaar. Scholen nemen het concept als voorbeeld om het op de eigen school ook anders te gaan doen. En vertrouwen op het verlangen tot leren van leerlingen zelf, wordt op steeds meer scholen als uitgangspunt genomen. De Tegenlicht-uitzending over Onderwijs liet prachtige voorbeelden zien zoals Agora in Roermond waarbij directeur Sjef van Drummen wat mij betreft Het voorbeeld is als het gaat over leidinggeven met moed en verlangen. Vertellend in die aangename Limburgse gggg’s over het concept van kunst en onderwijs deed hij mij verlangen naar een Agora concept in elke stad.

Broodjes kroket

Wat een geluk om me in mijn werk als adviseur te kunnen omringen met leidinggevenden die het anders willen en doen. Mensen die ervoor zorgen dat hun school in drie maanden tijd een totaal nieuwe inrichting krijgt. Leuker voor kinderen, makkelijker voor leerkrachten. Ouders denken en doen mee. Het onderwijsconcept straalt uit alle hoeken en gaten. Er is nooit te kort aan geld of energie of wat dan ook. En als ze de boel samen verbouwen zijn er vaak broodjes kroket.

Voor bestuurders die het anders doen is er tijd om tussen al het belangrijke besturen door te praten met kinderen over hun droomschool. En niet alleen te praten maar om als bestuurder met een zelf ingerichte hutkoffer op de school aan te komen en een spetterende bijeenkomst te houden die je samen met je leerkrachten hebt bedacht omdat zij immers de vakmensen zijn. Droomschool? Ech(t) wel!

Kleintje Kindkracht

Leidinggevenden die het anders doen schrijven met mensen een Kleintje Kindkracht gevuld met mooie verhalen over echt onderwijs. Of dat je samen een strategisch beleidsplan maakt tot een spel dat kinderen kunnen spelen. Compleet met opdrachten waarmee je door de school mag rennen. Ook als Raad van Toezicht trouwens.

Leidinggevenden die het anders doen openen in tijden van grote crisis in de kinderopvang gewoon nog een Bzzondere Locatie. Gewoon omdat het kan en het verlangen nog lang niet over is.

Goeie leidinggevenden werken zelf vanuit moed en verlangen en geven daardoor ruimte aan het verlangen en de moed van andere mensen. In hun organisatie en ver daar buiten. Laten we ook aandacht en ruimte blijven geven aan dit soort voorbeelden opdat Nieuw Organiseren ook over Nieuw Leiderschap blijft gaan.

En tot slot is het altijd weer goed om regelmatig stil te staan bij je eigen verlangen. Je ogen te sluiten en je af te vragen wat jouw diepste verlangen eigenlijk is, en welke moed je nodig hebt om dit te realiseren.

Voor mij nu vooral het verlangen om na mijn longontsteking weer fit en gezond te worden. Om de energie weer te voelen toe nemen. En me weer met die leuke mensen en organisaties te kunnen bezig houden. Schrijven is daarbij weer een eerste stap. Na stap een komt stap een. Op weg naar de lente een volgende. De lezing Lichtvoetig Leidinggeven in de Lentezon wellicht. Hoe fijn zou dat zijn…

Dertig jaar geleden schreef hij een boek over Nieuw Organiseren. Vorig jaar kwamen er twee keer duizend mensen naar zijn lezing bij De Baak. Ik was een van hen. Ricardo Semler.

Afgelopen zondag was hij voor de tweede keer in Tegenlicht. Halverwege de uitzending viel ik in slaap. Niet vanwege niet interessant, maar vanwege heel ontspannen zijn na mijn laatste verslaving. Bikram yoga. Ook nieuw. Voor mij dan.

Vandaag kijk ik de aflevering nog eens terug op uitzending gemist. Hij fascineert me, deze Ricardo Semler. Nieuw Organiseren Goeroe die geen goeroe wil zijn, maar het natuurlijk wel is. Dat was ook de reden dat ik vorig jaar naar De Baak ging. Wat doet deze man nu dat zoveel mensen trekt? Wat trekt mij aan? Op het podium van De Baak werd ik geraakt door zijn absolute vrij lijken te zijn van alles. Geen behoefte aan overtuigen. Gewoon het delen van zijn verhaal. Zijn opvatting over de dingen. Het lijkt vanzelf te gaan allemaal. Zoals bij meer ontspannen leiders. Het is hard werken om daar te komen. Bij die ontspanning. Soort van Bikram yoga ook. Om een zienswijze tot zijnswijze te maken.

Makkelijk praten

In de aflevering van Tegenlicht loopt Semler ontspannen over zijn prachtige landgoed en door zijn beeldschone huis. Ja. Makkelijk praten waren de reacties op twitter. Tegen het kapitalisme zijn vanuit je kapitale landgoed. En ook nog je huishoudster tot de orde roepen. Ik zie geen kapitale villa. Ik zie schoonheid en smaak. Dingen die je niet met rijkdom kunt kopen. In tegendeel. Hoe rijker hoe smakelozer, zie ik meestal. Semler houdt van mooie dingen. Ziet schoonheid in de wereld om zich heen. Zijn vrouw heeft het mooiste hotel van Brazilië ingericht en ontworpen, weet ik. Niet alleen het mooiste van Brazilië , ook het beste voor Brazilië als het gaat over duurzaamheid en werkgeverschap. Het klopt. Hun concept. En je kunt er van alles van vinden. Ook dat.

Voor mij gaat het verhaal van Semler over vrijheid. Over vrij zijn. Over anders kijken naar een bestaande realiteit en daarmee nieuw perspectief en werkelijkheid creëren. En dat op een moment dat net iets vooruit loopt op de rest van de kudde. Een jaar of dertig. Fascinerend.

Box

Living in the box is een van de thema’s van de aflevering, waar hij toen ook bij De Baak over vertelde. Tijdens het congres in een iets te groot net niet maatpak op het podium, nu in een nauwsluitende trui en gewone spijkerbroek op zijn eigen loungebank.

Living in the box. Hoe de mensheid verworden is tot het leven in boxes. We wonen in boxes, verplaatsen ons in boxes, werken in boxes en kijken thuis op de bank naar dezelfde box. Je zou denken dat de kunst is om outside the box te komen, maar Semler houdt ons iets anders voor. Iets waar ik zelf ook op aanklik. De ultieme vrijheid is om binnen de box toch vrij te zijn. Vrijheid in het hier en nu. Niet door op reis naar Afrika te gaan en na thuis nog eens de foto’s te hebben gekeken weer terug in de ratrace te stappen die je zo graag achter je zou laten. Want ja, ach. De realiteit roept je terug in de gewone wereld. Net als al die dingen die je leerde op cursus en zo graag in je eigen organisatie zou willen toepassen. Maar ja, ach. Daar zijn ze nog niet aan toe helaas. Jij wel. Maar zij nog niet. En daarom krijg je het niet voor elkaar. We moeten wel realistisch blijven. Toch?!

Hartaanval

Volgens Semler is de enige voorwaarde voor echte transformatie een gebeurtenis die groter is dan jijzelf. Een meteoriet die de aarde bedreigt. Nooit meer regen. Het broeikaseffect. Oorlog. Mensen in brand. Failliet banksysteem. Falend zorgsysteem. Onderwijs dat op knappen staat. We lijken aardig op weg wat dat betreft. Het is nog slechts wachten tot de ultieme meteoriet. En wat doen we in de tussentijd? In het hier en nu? In de bestaande orde van ons eigen werk en leven?

“Je moet minstens een hartaanval krijgen om jezelf te realiseren dat het zo niet langer gaat”, zegt Semler, sigaar rokend en wandelend over zijn eigen bospad. Hij kreeg die hartaanval, ooit. En dat maakte hem wakker. En het maakte dat hij in het bestaande systeem nieuw perspectief kreeg. En dat maakte zijn werkelijkheid anders.

Ik herken het effect van een ingrijpende crisis. En met mij meerdere mensen denk ik. Dood. Ziekte. Ontslag. Burn out. Ruzie. Nieuwe baan. Eigen bedrijf. Het haalt je even uit je Box. De vaste grond is onder je voeten uit. Even niet synchroon lopen met de bestaande werkelijkheid. Kijken naar de realiteit vanuit een ander perspectief maakt dat de realiteit verandert. En daarmee heb je de kans om een nieuw begin te maken. Om buiten de orde te blijven. Iets anders te gaan doen. Het systeem te doorbreken. Vrij te zijn. De kunst is om dat nieuw verworven perspectief ook vast te houden als je de bestaande orde weer terug in gaat. Er zijn mensen die dat lukt. Die hun nieuwe perspectief vasthouden in welke situatie dan ook. En er zijn mensen die dat niet lukt. Nog niet. Of nooit niet. Die na de rode pil toch de blauwe weer slikken.

Spel

De ultieme vrijheid is om vrij te kunnen zijn in welke box dan ook. Omdat je weet dat het slechts een box is. Je weet dat je rondloopt in The Matrix. Je kunt Echt van Spel onderscheiden. En daar waar het in elkaar overloopt leer je weer. Telkens opnieuw. Kijken. Misschien is dat wel de kunst van het Nieuw Organiseren. Beginnen. Na stap een komt stap een. Oefenen in vrij zijn en blijven. In welk systeem dan ook. Het kan overal. Je kunt je dag zo mooi maken als je zelf wilt. Net als je eigen huis. En je organisatie. Het gaat niet vanzelf. En soms ook wel. Als je maar wil blijven zien. Dat het goed komt. En jij zelf van betekenis kunt zijn. Ik blijf daar in geloven. En in doen. En laten.

De aflevering van Semler sluit af met de beelden bij het vuur waar hij zijn boeken in verbrandt. En met de woorden: “Als het oude er niet meer is. Wat wil je dan gaan doen? Je kunt iets nieuws beginnen. Eens kijken. Wat de nieuwe wereld brengt.”

Morgen ga ik op weg naar de leergang van Edu Feltman. Interventiekunde en Denkadviseren. Ik was het al lang van plan. Nu is het tijd om te beginnen.

gewoon een nieuw begin

Alles is toch anders

dan hoe het net was

vlak voor deze zin

dus ik maak

@pjanter

Voorgedragen op het Grote Nieuw Organiseren 2014 EVENT

Zomervakantie. Het was weer fijn. Zon. Zee. Strand. Lucht. Ruimte.

Vooral dat laatste. Ruimte in het hoofd. Lekker leeg. Leeghoofd. Niks mis mee. De zee die ruiste er soms wat door heen, door al die lege ruimte. Alsof mijn oor de hele tijd in een schelp zat. Zo’n soort geluid was het. Wonderlijk vond ik het. Hoe snel dat ging dit jaar. Hoe snel ik in de ‘vakantie modus’ zat. Korte broek en slippers. Zand tussen de tenen. Drie weken lang.

Nieuw organiseren. Ik wil het ook altijd na een vakantie. Ik verlang naar nieuwe dingen. En naar oude dingen. Ik wil het anders. Of niet meer. Of juist wel. Ik weet het even niet. Is het nu fijn om straks weer te gaan werken? Nog even genieten hoor ik mezelf zeggen tegen mensen. Nog even niet die werkdingen in mijn hoofd. En ik vraag me af hoe dat nou zit? Ik geniet toch van werk.

Vorig jaar schreef ik iets over het Nieuwe Niet Meer zoveel werken. Omdat ik me afvroeg of we niet veel te veel van onze levenstijd aan werk besteden. Natuurlijk. Werken is fijn en leuk. Maar die verhouding tussen werken en leven.

Ik dacht aan de discussie in de jaren tachtig of negentig, dat er mensen waren die wilden bidden tijdens werktijd. En hoe ingewikkeld dat was. En hoe je dat dan moest verrekenen. Werken is namelijk belangrijker dan bidden. Logisch. Vond ik ook. Het houdt je maar af van het werk. Je man is dood? Verdrietig. Officieel krijg je 2 dagen verlof om de boel te regelen. En je kunt wel wat onbetaald verlof opnemen, maar niet te gek natuurlijk. Kom, kom, het werk wacht. En het is ook goed voor je. Werken. Dat maakt je een beter mens. Daarom moeten mensen in de bijstand nu ook voor elke euro een tegenprestatie leveren. Dat is goed voor je, daar ontwikkel je je van. Stratenveegjasje aan. En dan breng je de kinderen maar even naar oma. Heeft die ook iets om naar uit te kijken.

We werken sowieso veel te veel als je naar de economische theorie van Keynes kijkt. Hij voorspelde dat mensen in de twintigste eeuw nog maar een beperkt percentage aan arbeid hoefden te besteden om met elkaar de economie draaiende te houden en de rest ingevuld zou worden met leisure, vrije tijd. Niet betaalde tijd die je kunt besteden aan andere (nuttige) dingen. Maar we lieten Keynes los en gingen de vrije markt economie op. Groei groei, meer meer. Aandeelhouders en divident in plaats van zorg en verzekering.  Tweeverdieners betekent niet dat je het samen verdient, en ieder de helft werkt, maar dat je twee keer zoveel verdient en een groter huis kunt kopen.

Ricardo Semler vertelde in juni bij de Baak over die herverdeling van levenstijd. Over hoe vreemd het eigenlijk is dat op het moment dat je het gezondst bent en het meeste geld verdient, je de minste tijd hebt om daar van te genieten. Dat je dan wacht met berg beklimmen tot na je pensioen. Maar dat schijnt dan toch ineens stukken minder goed te gaan. Hij stelt voor dat we tussentijds pensioen opnemen en langer doorwerken. In de volkskrant magazine stond een artikel van een advocaat die een jaar sabbatical nam. Niet om de wereld rond te reizen. Maar gewoon om boodschappen te doen en tijd met zijn kinderen door te brengen. Levenstijd. Omdat ze maar een keer drie en vijf zijn….

Vorige week viel het boek van Correspondent Rutger Bregman Gratis Geld op de mat. Als je het nog niet gelezen hebt. Ik zou het doen. Aanrader. In zijn tweede hoofdstuk gaat het over de werkweek van 15 uur. Ook Rutger schrijft over de theorie van Keynes en de verwachting toen in 1930 dat de grootste uitdaging van deze tijd de invulling van al die Vrije Tijd zou zijn. En ook de filosoof Betrant Russell schreef in dezelfde eeuw de voorspelling: Er zal geluk en levensvreugde zijn, in plaats van overspannen zenuwen, vermoeidheid en buikpijn”……  Hij verwachtte dat ons heel andere zaken zou bezig houden. De kunst om je vrije tijd intelligent te besteden is het toppunt van beschaving schreef die Bertrent in 1930.

Zou dat Nieuw Organiseren kunnen zijn? Dat we ons daar eens over gaan buigen? Wordt het tijd?

Mijn vader vertelde me onlangs de mop van de bedrijfsorganisatie. En hoe de directeur de werknemers toesprak. Ze hadden het uitgerekend. Als iedereen vanaf dit moment alleen op dinsdag ging werken, dan konden ze het bedrijf redden. Een vinger ging omhoog. Elke dinsdag?!

Vandaag is het ook dinsdag geloof ik 😉

Nieuw Werken. Herverdeling van levenstijd? Meer evenwichtigheid. En echt, ik geloof ook dat het niet altijd even makkelijk is. Ik weet het. Want nu ik in mijn eentje de zorg draag voor ons gezin, voel ik ook de druk van het financieel wel rond te moeten krijgen. Tegelijkertijd heb ik het geluk gecreëerd dat ik werk heb, dat een soort van hobby is ook, waarmee ik in flexibele tijd een behoorlijk inkomen kan genereren. In elk geval een inkomen dat genoeg is om de dingen te doen die nodig zijn om fijn te leven. Wanneer ik wel en niet werk (en dus ook wel of geen geld verdien) betaal en bepaal ik gelukkig zelf. Ik besef steeds meer wat een ongelooflijke luxe dat is. Nee, ik heb veel zekerheden niet, maar ik ben er niet meer zo zeker van dat die zekerheden zekerheid bieden. Ze bieden vooral veel keurslijf en regels en tegenprestatie.

Zekerheid in ruil voor onvrijheid.

Sinds wanneer hebben we bedacht dat werken belangrijker is dan reizen, bidden, rouwen of het leven vieren. ‘”Zo, jij bent weer snel op de been”, hoorde ik de ene moeder zeggen tegen de pas bevallen collega-moeder. “Ach ja, straks weer werken. Kan maar beter zorgen dat ik zo snel mogelijk weer in de structuur en het ritme kom.” Ja, Je zou er maar eens aan kunnen wennen. Je levenstijd aan leven besteden. En dat meer mensen dat zouden doen. Dan stort de boel morgen in. Toch?

Ik ken iemand die haar levenstijd vooral het liefst besteedt aan reizen en verblijven in bijzondere wereldsteden. Ze plant haar werk tussen haar reizen door. Het is allebei even hard nodig en belangrijk. In haar agenda staan haar reizen vooraf ingevuld. Dan kan ze haar opdrachtgevers vertellen wanneer ze er is en ze een beroep op haar kunnen doen. Ze moeten snel zijn, want ze zit snel vol. Dat weten mensen. En daarom plannen ze het werk met haar goed in. Want anders is ze weg.  Ze zit nooit zonder opdrachten…

Vakantie en Werken omdraaien. Ooit stelde ik een directeur voor om zijn organisatie vraag eens mee te nemen naar het strand. Echt niet. Was zijn antwoord. Ik ga mijn werk echt niet mee nemen op vakantie.

Mwah, vroeg ik me toen af, misschien moet je je vakantie wat meer meenemen in je werk…

Ik denk aan de mensen die ik voor de vakantie in mijn hoofd en hart had om na de vakantie dingen mee te gaan doen. Die ik beter wil leren kennen. En om ze elkaar te laten kennen als ze dat nog niet deden. Het draait allemaal om betekenisvolle ontmoeting, bedacht ik ooit in een interview met Punkmedia. En werk is maar een voertuigje waardoor dat gebeurt. Net als vakantie. Er zijn altijd weer overal mensen die je op AAN zetten.

Ik krijg er zin in. Het Nieuw Organiseren Event om maar even iets te noemen waar de ontmoetingen zeker weer van betekenis zullen zijn. Waar de leuke mensen zullen zijn. Waar het vakantiegevoel is en blijft. Omdat het over mensen en organisaties gaat die gaan voor nieuwe ruimte in je hoofd en hart.

I know, you are always bringing people here, zei de Chinese eigenaresse van ons favoriete Ibiza restaurant. Zo’n plek waar je voorbij zou lopen, omdat het niet verwacht. Of weet. Hoe bijzonder het is. Het gaat vanzelf.

Aardige mensen. Goeie organisaties. Lekker eten. Goeie gesprekken. Gekke plekken. Mooie ontmoeting. Nieuwe Ruimte. Welbestede LevensTijd

Voor vandaag wens ik ons allen een dag vol van heerlijkheid toe….

Geniet van deze vrije ruimte….

Sandra van Kolfschoten en Frank Weijers gingen met elkaar in gesprek over de Taal van het nieuwe organiseren. Ze schreven er een artikel over.

Sandra van Kolfschoten en Frank Weijers kennen elkaar van vroeger. Grootschalige Onderwijsinnovaties, dat deden ze ooit samen. Ze ontmoetten elkaar na jaren geen contact te hebben gehad, Deze ontmoeting ging over de Taal van het nieuwe Organiseren. En hoe daar ruimte voor te maken. Omdat ze allebei ook van Ruimte houden. Ruimte maken voor denken over Nieuwe Taal op papier. Om daar maar eens mee te beginnen.

Nieuw Organiseren.

Iedereen is er druk mee. De seminars vliegen je om de oren. Net als de bijbehorende cursussen. We willen het allemaal. Nieuw. Anders. Beter. Fijner. Iets met meer passie en minder bazen. En dat het over waarde gaat en niet over winst. Dat we gelukkig willen zijn in ons werk. Nieuw Organiseren. What’s new?

Sandra

Of het organiseren echt NIEUW is. Of het consistent is. Taal verrast je en verraadt je. Dat is zo fijn. Als je dat eenmaal ziet. Voelt. Dan weet je beter waar het klopt, het nieuwe hart, en waar (nog) niet. Of nooit niet. Een beetje afhankelijk van de intelligentie van de marketing en communicatie afdeling is het ook soms. Hier zitten de mensen die de teksten schrijven over de nieuwe organisatie, de nieuwe leergang, de nieuwe visie, het nieuwe ‘echt menselijke personeelsbeleid’. Doen jullie dat ook? Peoplemanagement? Als het gaat over de leergang mensgericht organiseren met als doel dat je organisatie nog winstgevender wordt. Dan heb je het misschien toch nog niet helemaal te pakken.

Een middagje organisatie adviesbureaus en hun webteksten leergangen nieuw organiseren analyseren. Het is genieten. Materiaal verzamelen. Vooral ook omdat ik de laatste keer tijdens een sessie met bestuurders voelde hoe een kwartje viel. Eventjes tenminste. Bestuurders die op zoek naar bestuursbulshitbingotekst steeds meer uit de managementbladen scheurden en schaterlachend riepen “ik heb er weer een: een bestuurder die zijn mensen in staat stelt rijke leercontexten te creëren”.

Gisteren schreven we het zelf ook nog en nu vinden we het dan samen ineens belachelijke taal,, omdat wij hebben besloten dat we beleidsplannen gaan schrijven voor onze vrienden. Geïnspireerd door de blogs van @CorNoltee die zijn studenten projecten leert pitchen in taal voor hun vrienden. Alsof je samen aan de bar staat. Omdat dan alle ruis verdwijnt en alleen het echte overblijft. Het ware. Genieten is dat. En ik wil daar meer van komend jaar. Strategische beleidsplannen schrijven voor je vrienden. Wat zal je Raad van Toezicht daar van vinden? Meer materiaal verzamelen en met meer mensen in organisaties op zoek gaan naar de taal, de woorden die passen bij wat ze willen en doen. Lichtvoetig zwaarwichtige taal. In plaats van de zwaarwichtige bullshit.

Frank

Woorden en zinnen weerspiegelen wat er van binnen leeft. Iemand die zegt ‘pas op’ en ‘ik ben toch bang dat…’, ‘het is vijf voor twaalf’, ‘we kunnen geen kant meer op’, ‘het water staat ons aan de lippen’ en nog zo wat, daar gebeurt van binnen iets anders dan bij haar of hem die zegt ‘ik heb d’r zin in’, ‘we gaan ’t aanpakken’.

Angsten en verlangens worden zichtbaar en hoorbaar in de taal. Taal ‘verraadt’ ook hier. Angst is besmettelijk, en gelukkig is verlangen dat ook. Veel mensen hebben geen idee wat de impact is van de taal die ze gebruiken. De leidinggevenden waar ik mee werk doen daarmee, vaak onbedoeld, veel slechts of juist goeds (dat lijkt die laatste categorie dan overigens vaak wél in de gaten te hebben).

Het verhaal van de manager die je vertelt hoe goed het gaat in de organisatie. Welke diepgaande verandering hij teweeg heeft gebracht “om de mensen in hun eigen kracht te zetten”. Da’s inderdaad dikke pret: ‘Ik zet mijn medewerkers in hun kracht’. Hetgeen niet alleen totale onzin is, maar ook uitermate vernederend en aanmatigend. Net als ‘Ik geef je de ruimte’ (van wie was die ruimte eigenlijk?). De manager die zegt (en je zou bijna gaan denken dat hij er zelf in gelooft): ‘dat POP-gesprek is een cadeautje, het is er voor jou!’ Hoe zulke mooie zinnen van leidinggevenden over ruimte geven aan HUN mensen van mooi gezegd en goed bedoeld ineens eigenlijk intens beledigend zijn. Schaamrood op je kaken krijg je ervan.

‘Het herordenen van cohorten leerlingen’. Zo praten ze waarschijnlijk ook over varkens in het slachthuis. De manager die zegt: ‘Ik leg verantwoordelijkheden laag in de organisatie’. Onzin en zwaar beledigend. Er valt echt niks te ‘leggen’ voor hem. En daar waar mensen hun werk doen, laten we dat nou eindelijk gewoon eens ‘hoog in de organisatie’ noemen. Wat is nou onder en boven? Mooier is natuurlijk om ook hier weer met de bezem doorheen te gaan: wat nou ‘onder’ en ‘boven’? Naast elkaar. Samen. Gedeeld leiderschap. Je hebt invloed op basis van wat je bijdraagt, niet op basis van je positie, functie, visitekaartje.

Sandra

Rationaliteitsschaamte, daar hoop ik op als we samen met organisaties (mensen) met taal bezig gaan. Want is er schaamte, dan is er nog sprake van beroepstrots. En daarmee van hart voor je vak, je werk en je organisatie.

Frank

En natuurlijk gebruiken mensen deze taal niet omdat ze slecht zijn, maar omdat we dat met z’n allen zo hebben geleerd en doen alsof het normaal is. Mijn ervaring bij workshops over taal is dat bewustwording van de woorden en zinnen die je gebruikt inderdaad een vorm van schaamte veroorzaakt, in eerste instantie gepaard gaand met veel lol. Dat is prima: lach vooral om jezelf. Kijk er met mildheid naar, en dan doe er iets aan!

Sandra

Dan kunnen we aan de slag. Ik verlang naar meer bedrijven die in gewone mensentaal beschrijven wie ze zijn en wat ze doen. In taal die hun eigen persoonlijkheid naar boven haalt die soms letterlijk verstopt zit achter ‘Braaftaal’ en ‘Mooipraat’ zoals Joep Schrijvers ooit al schreef in Hoe word ik een rat.

Neem bijvoorbeeld de websteksten van mijn garage, waar je zinnen kunt lezen als ‘Wij dragen graag zorg voor de optimale kwaliteit van uw auto.’ Een zin die ik die mannen nog nooit heb horen uitspreken in het echie. Zinnen die je niet tegen je vrienden zegt bij je biertje als je vertelt over die geweldige bak die je gisteren binnen hebt gekregen en waar je niet mee kunt wachten om straks eens ff de wereld te laten zien wat er onder al dat roest te voorschijn komt. Hoe je daarmee je Kia Poetsende Buurman voorgoed de mond snoert. Deze zinnen die je nooit in een occasion advertentie tegen komt, maar die wel precies de WHY van jou en je bedrijf aangeven. Waarom je je bed uitkomt zeg maar. Dat is toch heerlijk om te schrijven. En te lezen. Over je organisatie en de mensen waar je hart voor klopt.

Frank

Scholen die vetgedrukt beweren dat hun missie ‘talentontwikkeling van leerlingen’ is. Daar moet je eens op doorvragen. Wat doen al die mensen op dinsdagochtend en donderdagmiddag om dat voor elkaar te krijgen. Hoe doen ze dat dan? Natuurlijk, er gebeuren gelukkig ook prachtige dingen op scholen, maar de slogans en oneliners worden vaak totaal niet waargemaakt.

Sandra

Ik had laatst een gesprek met een bedrijf dat leergangen verkoopt, waarin ze schrijven over ‘het implementeren van gedachtengoed dat leidt tot succesvolle groei van uw organisatie.’ Gedachtengoed dat gaat over de gedachte dat groei en succes niet het uitgangspunt vormen van organiseren. Het was een mooi gesprek samen. Is het gewoon nog niet de juiste taal gevonden hebben? Of is het eigenlijk niet echt doorleven waar dat nieuwe organiseren wel en juist niet over gaat? En gieten we gewoon sausjes over dingen die we al deden? Als Semco hot is, doen wij gewoon vanaf nu ook Semco. BAM. Gewoon omdat het kan…..

Frank

Ik denk dat echte verandering niet begint met opnieuw in mooie woorden en zinnen te beschrijven wat het allernieuwste organiseren is. Het begint met bewustwording van de taal die we nu gebruiken, omdat die taal zoveel meer is dan de woorden en zinnen waaruit ze bestaat. Je schrijft het hiervoor ook al: taal verraadt ons. Als we ons hier voor openen, leren we heel veel over onszelf. Over hoe we met elkaar omgaan, hoe we de werkelijke en gewenste wereld vorm proberen te geven en hoe we dat misschien ook anders kunnen doen. Ik word blij van jouw ‘beleidsplan voor je beste vrienden’. Wat een verademing! Stoppen met dat geleuter, gewoon opschrijven wat je voelt, wilt, waar je van droomt. En ja, daar moet je ook goed bij nadenken, maar da’s iets anders dan van je plannen een soort onbegrijpelijke kermis te maken die indruk moet maken, omdat het nu eenmaal zo hoort in een beleidsplan.

Sandra

En ook wil ik meer organisaties die, net als de organisaties in onze laatste tweedaagse voor de zomer, ontdekken en benoemen dat ze eigenlijk liever deel uit maken van een Bende dan van een keurige, passende organisatie. Die dromen van een eigen Zwarte Hand organisatie. Rebels willen zijn, het systeem van regel willen ontregelen om zo weer bij de kinderen te komen. En daarbij Taal gebruiken die past bij de WHY. Dus geen ‘beschikking’ schrijven als je eigenlijk ‘kinderen’ bedoelt. De secretaresses lieten in de tweedaagse zien het begrip ‘ papieren realiteit’ meer dan begrepen te hebben . Hun blog draagt de titel ‘Lief Papieren Kind’. Een verhaal dat recht je hart in gaat.

Heb jij ook van die voorbeelden Frank? Van mensen en organisatie waar je meer van zou willen. Of juist minder? En omdat jij als mijn vroegere leermeester nu eenmaal veeeeeeeeeeeeeel ouder bent dan ik ben, heb je misschien ook wel eigen leer- en levenservaring waar je uit kunt putten. Hoe goedbedoeld jij het vroeger deed als manager bijvoorbeeld.

Frank

Goedbedoeld.. haha! Ja, ik heb rare dingen gedaan en gezegd en geschreven, en doe dat vast nog steeds (een beetje), want ik ben ook een kind van deze tijd en cultuur. Ik heb ook vol enthousiasme gedacht (en betoogd!) dat het goed was om verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen, heb meegewerkt aan megalomane projecten waarin we organisaties wel eens even radicaal gingen vernieuwen en was ervan overtuigd dat leidinggevenden vooral goed moesten ‘sturen’, dat het van belang was dat ‘de neuzen dezelfde kant uit zouden staan’. Tsja.

Sandra

Ik weet dat ik ‘mijn’ mensen ook lastig heb gevallen met competentiescans. Sterker nog, ik heb ze als adviseur mee ontwikkeld. Sneller. Beter. Efficiënter. Passend in het door de organisatie (lees directie) ontwikkelde beleidskader. Meelopen in de pas. Hoe natuurlijk dat in ons zit. Hoe veel makkelijker dat is dan uit de pas lopen, of nog mooier je eigen pas ontwikkelen en die vasthouden. Robin Williams laat in Dead Poet Society zien hoe we conformeren. Hoeveel moeilijker het is om te gaan voor het vinden van je eigen pas..

Je eigen pas lopen. Of misschien wel, dat je in staat bent om te kiezen. Dat je organisatie oude bullshit taal gebruikt op momenten dat het even nodig is om het systeem te foppen, dat je even een beleidsplan voor in de la schrijft voor een inspectie partij die het toch niet leest, maar dat we dit met elkaar niet meer serieus nemen.

Frank

Ik vind dat we ook dat niet meer moeten doen. The beautiful risk of education van Gert Biesta sterkt me erin: stoppen met die flauwekul om anderen zogenaamd tevreden te stellen, omdat het systeem nu eenmaal zo in elkaar zit. Zoveel taal van de inspectie is op grip, beheersing, controle, meetbaarheid en afrekening gericht (‘rode kaart’, ‘zwakke school’, ‘toezichtsarrangement’, ….). Daar gaat het niet om. Onderwijs is een risicovolle onderneming. Mooi zo!

In het onderzoek naar taal dat gebruikt wordt door bestuurders, managers, hemelbestormers en anderen komen we van alles tegen:

volstrekt onbegrijpelijke taal (zeg maar: onzin);
zogenaamde vaktaal (waar ook nogal wat onzin in zit), waarbij mensen elkaar denken te begrijpen (hoogst verwarrend);
incongruent taalgebruik (je geeft er prachtige voorbeelden van, zoals: het gedachtengoed van Semler in een cursus wil stoppen..);
(mis)leidende taal, taal die ons bang maakt, of juist ons verlangen wakker maakt en aanwakkert;
taal die ons welkom heet, of juist niet (website-teksten, plannen en vooral reglementen staan vaak vol van wat moet, wat vooral niet mag en welke vreselijke sancties daar op staan – je voelt je er niet echt welkom door);
Schijnveilige Taal, die doet lijken alsof er geen probleem meer is:, bijvoorbeeld ‘Zorg kwetsbare kinderen toch centraler geregeld.’
Sandra

‘Finding your own walk’ en ‘talking your own talk’. Misschien is dat voor mij nu even de richting waar Nieuwe Taal en Nieuw Organiseren over zou kunnen gaan. Dat je als mens en organisatie door samen naar Taal te kijken het licht ziet . Zoals dat bij mij viel toen ik Edu Feltmann zijn teksten las. Over Gras versus Knikkeren. Over hoe we ook de taal van de liefde zouden kunnen gebruiken in organisaties, in plaats van die van het organiseren. En wat een vreemde begrippen organiseren, sturen, motiveren en leiden eigenlijk zijn. Als je met andere (nieuwe) ogen naar je eigen beleidsplannen of advertenties kijkt. Samen. Wat zie je dan? Misschien kun je dan ineens de (on)zin zien en kun je ook precies de weak signals aangeven waar de taal (nog) niet klopt. Dat mensen anders bij ons weg gaan als we het samen over taal hebben gehad. Of juist meer als zichzelf eigenlijk. Omdat het kwartje is gevallen. Dat je het ziet. Voelt. Omdat je het door hebt.

Still Confused

But on a much higher level now.

Zou dat geen mooi verlangen zijn om samen de wereld in te zwermen…

Frank Weijers begeleidt leidinggevenden in het onderwijs. Sandra van Kolfschoten helpt mensen en organisaties ‘meesterlijk’ te worden. Ze geeft tijdens het nieuw organiseren event 2014 op 7 oktober een TaalMAsterKlass.